Elke driehoek heeft drie binnenhoeken die altijd precies 180Β° optellen. Met deze kennis, plus de relaties tussen zijden en hoeken, kunt u onbekende hoeken berekenen in elke driehoek.

De Basisregel

Hoek A + Hoek B + Hoek C = 180Β°

Als u twee hoeken kent, is de derde altijd:

Hoek C = 180Β° βˆ’ Hoek A βˆ’ Hoek B

Hoeken Berekenen met de Cosinusregel

Als u alle drie de zijden kent (ZZZ), gebruik dan de cosinusregel:

cos(A) = (bΒ² + cΒ² βˆ’ aΒ²) / (2bc)

Waarbij a, b, c de lengten zijn van de zijden tegenover respectievelijk de hoeken A, B, C.

Stapsgewijs Voorbeeld (ZZZ)

Een driehoek heeft zijden a = 7, b = 5, c = 8. Bereken hoek A.

  1. Pas de cosinusregel toe: cos(A) = (5Β² + 8Β² βˆ’ 7Β²) / (2 Γ— 5 Γ— 8)
  2. Bereken de teller: 25 + 64 βˆ’ 49 = 40
  3. Bereken de noemer: 80
  4. cos(A) = 40/80 = 0,5
  5. A = arccos(0,5) = 60Β°

Hoeken Berekenen met de Sinusregel

Als u één hoek en de overliggende zijde kent:

sin(A)/a = sin(B)/b = sin(C)/c

Speciaal Geval: Rechthoekige Driehoek

In een rechthoekige driehoek (met een hoek van 90Β°) kunt u de basistrigonometrie gebruiken:

tan(ΞΈ) = overstaande zijde / aanliggende zijde
sin(ΞΈ) = overstaande zijde / schuine zijde
cos(ΞΈ) = aanliggende zijde / schuine zijde

Praktische Toepassingen

  • Bouw: Dakhoeken en sparensnedes berekenen
  • Navigatie: Triangulatie om positie te bepalen
  • Natuurkunde: Krachtsvectoren ontbinden in componenten

Gebruik onze driehoekscalculator om alle hoeken te vinden uit elke combinatie van zijden en hoeken.