Variantie meet hoe sterk de gegevens verspreid zijn rondom het gemiddelde. Berekening populatievariantie: 1) Bereken het gemiddelde (ΞΌ). 2) Trek het gemiddelde van elke waarde af en kwadreer het resultaat. 3) Tel alle kwadraten op. 4) Deel door het aantal waarden N. Formule: σ² = Ξ£(x βˆ’ ΞΌ)Β² / N. Gebruik voor steekproeven nβˆ’1 in plaats van N (Bessel-correctie). Standaarddeviatie is de vierkantswortel van de variantie. Lage variantie = dicht bij het gemiddelde; hoge = meer verspreid.